Monday 21 April 2014

De jaguar die 's nachts lawaai maakt: een grappig dierensprookje uit Rio Branco (Brazilië)

De jaguar die 's nachts lawaai maakt

Een grappig dierensprookje uit Rio Branco (Brazilië)


De jaguar besluit voortaan 's nachts op jacht te gaan, omdat overdag de papegaaien hem zien en dan alle andere dieren waarschuwen. Het nadeel is echter dat hij dan in doornen en scherpe takken trapt en de jaguar allemaal wonden aan zijn poten heeft. Hij besluit zijn poten te ruilen met de hoeven van de tapir...
 
De jaguar was in een boze bui. Overdag kon hij zich nauwelijks bewegen of de papagaaien vlogen geschrokken op en maakten de andere dieren op hem opmerkzaam. Vaak trokken ze zelfs door hun kreten de aandacht van de jagers met hun pijl en boog. En de jaguar moest dan maar zien dat hij er zonder kleerscheuren af kwam.

Er bleef niets anders over dan 's nachts op jacht te gaan. Natuurlijk waren dan de volgende morgen zijn poten door de doornen en scherpe takken vol wonden en bloedend, omdat hij er in het donker op getrapt had. En natuurlijk lag hij dan met een hongerige maag in zijn nest en wachtte tot zijn wonden geheeld waren.

Eens, toen hij weer met een knorrende maag in zijn nest lag, zag hij een tapir, die vredig over de doornen en scherpe takken rond liep zonder zich te verwonden.

Toen kreeg de jaguar een idee: "Hé broertje tapir!" riep hij, "kom eens hier, ik heb iets van je nodig!"

"Dat weet ik al, je wilt me opeten," gaf de tapir ten antwoord en wilde weglopen.

"Als je me helpt, zal ik je de rest van je leven met rust laten! Ik heb werkelijk maar een kleinigheid nodig."

Het zou prachtig zijn als ik niet meer bang voor hem hoefde te zijn, dacht de tapir. Hij ging naar de jaguar en vroeg: "Zal je me werkelijk niet meer opjagen?"

"Op mijn erewoord, nee," zei de jaguar.

"Wat wil je dan?" vroeg de tapir snel want hij was bang dat de jaguar zich zou bedenken.

"Ik zei, een kleinigheid. Luister goed: als jij 's nachts slaapt, ga ik op jacht. Vaak zijn mijn poten 's morgens vol bloedende wonden, zodat ik, zoals vandaag niet eens kan opstaan. Als je mij voor een nacht je hoeven wilt lenen, kunnen doornen en stekels me niets doen."

"En jij geeft me jouw poten en als de zon aan de hemel omhoog komt, ruilen we poten en hoeven weer om," zei de tapir.

De ruil werd gesloten.

Dezelfde avond kreeg de jaguar de hoeven van de tapir en de tapir de poten van de jaguar.

Maar de jaguar was niet tevreden met de ruil, want nauwelijks was hij een stukje van zijn nest weggelopen of de apen werden wakker van het lawaai, dat zijn hoeven maakten. Opgewonden schreeuwend wierpen ze de jaguar van alle kanten met kokosnoten.

De jaguar maakte de ruil vlug weer ongedaan. Hij had nu niet alleen wonden aan zijn poten maar ook nog builen op zijn kop.
*   *   *

Bron
"Sprookjes van de Indio's. Mythen, sprookjes en legenden van de Indianen uit Midden- en Zuid-Amerika" door Vladimir Hulpach, vertaald door Anke Eggink. Uitgeverij Ankh-Hermes, Deventer, 1979. ISBN: 90-202-0044-5

No comments:

Post a Comment